Luchtvochtigheid

Luchtvochtigheid

Relatieve luchtvochtigheid

De relatieve luchtvochtigheid wordt over het algemeen als comfortabel ervaren als deze tussen 30 en 70% is. Het verdient aanbeveling de relatieve vochtigheid van de lucht te beperken. Daarnaast bestaat er een relatie tussen de relatieve luchtvochtigheid met de nauw daarmee verbonden oppervlaktecondensatie en de overleving- en groeicondities van micro-organismen zoals bacteriën, schimmels en virussen. Strikt genomen gaat het hier om de relatieve vochtigheid aan/in het afwerkingsmateriaal, en niet om de relatieve vochtigheid van de lucht. Een hoge relatieve luchtvochtigheid (boven 60-70%) leidt echter, mede afhankelijk van de thermische kwaliteit (isolatiewaarde) van de gebouwschil, tot een hoge relatieve vochtigheid in het materiaal en bevordert zo de groei van bacteriën, schimmels en virussen. Het bovenstaande levert de in onderstaande tabel  opgesomde toetsingswaarden op.

Toetsingswaarden relatieve luchtvochtigheid binnenmilieu

 

Klasse

A
Zeer goed

B
Goed

C
Acceptabel

Relatieve luchtvochtigheid

winter

30 - 50 %

< 50 %

< 60 %

zomer

40 - 60 %

< 60 %

< 70 %

Klachten over te “droge” lucht liggen meestal ten grondslag aan een combinatie van factoren. Mensen zijn namelijk slecht in staat om verschillen in luchtvochtigheid zintuiglijk waar te nemen. Een te lage luchtvochtigheid wordt meestal eerder opgemerkt door statische ontladingen, dan door bijvoorbeeld droge keel of ogen. Klachten over een droge keel en ogen zijn eerder een indicatie van slechte ventilatie. Slechte ventilatie kan als gevolg hebben dat verontreinigingen zoals stof, lichaamsgeur etc. zich ophopen, waardoor irritatie van slijmvliezen kan ontstaan.

Op de Aurolex kunnen eenvoudig sensoren worden aangesloten om de relatieve luchtvochtigheid continu te monitoren. Dit kan in combinatie met 8 andere analoge sensoren zoals CO2, O2, temperatuur etc. We maken onderscheid tussen binnen en buiten toepassing qua sensoren.