Automatisch trillingen monitoren volgens de SBR richtlijn A voor schade

Trillingen volgens SBR of DIN

Automatisch zeer nauwkeurige trillingsmonitoring met de Aurolex volgens DIN of SBR richtlijnen.

Heiwerkzaamheden, sloopwerkzaamheden, bouwwerkzaamheden, het intrillen van damwanden, zwaar verkeer, machines, etc. kunnen aanleiding geven tot trillingen welke aanleiding kunnen geven tot gevaar en/of schade aan bouwwerken, processen, leiding stelsels. Voorbeelden hiervan zijn verstoring van drukprocessen (bij het drukken van bijvoorbeeld paspoorten), schade bij de aanleg van de Noord-Zuidlijn in het centrum van Amsterdam en de gasextractie van de NAM te Groningen.

Daarnaast kan het functioneren van apparatuur stagneren. Denk aan al dan niet medische apparatuur, een scanning tunneling microscope, etc.

Aanvullend kunnen deze trillingen hinder veroorzaken voor de gebruikers van apparatuur en omnidirectioneel gesitueerde bewoners of werknemers. Een voorbeeld hiervan is de recente commotie over trillinghinder bij het gebouw van Rijkswaterstaat.

Deze trillingen moeten  eenduidig en betrouwbaar gemeten kunnen worden en op inhoud kunnen worden geanalyseerd om vervolgens te kunnen worden getoetst aan (inter)nationale richtlijnen of specifieke eisen, zoals in het geval van medische apparatuur, nauwkeurige weeg- of drukprocessen, servers van telecom aanbieders, etc.

Voor het meten, bewaken en monitoren van trillingen, bijvoorbeeld bij het aanleggen van tunnels voor metro’s, bouwprojecten, etc. worden vaak onbemande meetinstrumenten gebruikt met geofonen die bij het overschrijden van een bepaalde drempel- of grenswaarde een alarm genereren in de vorm van een knipperende lamp , een intermitterende sirene of een sms-bericht welke direct wordt verzonden naar de project-verantwoordelijke. Nadeel hiervan is dat niet beoordeeld kan worden of het alarm terecht is in relatie tot de te monitoren trillingsbron. Hiervoor dient een analyse in situ plaats te vinden. Het is dus wenselijk om online analyse te kunnen verrichten en online wijzigingen te kunnen aanbrengen in de meetparameters, drempel- of grenswaarden, etc.